Italiaanse gnocchi van paarse aardappelen

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
gnocchi-paarse-aardappelen-01
Gnocchi van paarse aardappels, variëteit: Salad Blue

Paarse aardappels zijn niet alleen heel decoratief maar schijnen ook erg gezond te zijn. De paarsblauwe kleur (zowel vanbinnen als vanbuiten) is te danken aan de stof anthocyanine, een krachtige antioxidant.

Er zijn verschillende soorten paarse aardappels. Vooral in Zuid-Amerika zouden deze donkergekleurde aardappelen van oudsher veel voorkomen. Tegenwoordig zijn ze ook in Nederland verkrijgbaar (al zijn ze wel vrij duur). Bekende soorten zijn de ‘Vitelotte Noir’ (ook wel ‘truffelaardappel’ genoemd) die tegenwoordig met name in Frankrijk wordt geproduceerd en de ‘Salad Blue’ die oorspronkelijk uit Schotland zou komen. De Vitelotte Noir wordt wel beschouwd als de koningin van de paarse aardappels.

Hieronder vind je een recept voor paarse ‘gnocchi’ (Italiaanse aardappelballetjes). Gnocchi behoren tot de zogenaamde ‘primi’ en worden in Italië dus net zoals pastaschotels vòòr het hoofdgerecht gegeten.

Wij serveerden de gnocchi met pikante olijfolie en Parmezaanse kaas, maar eigenlijk laten zich de gnocchi zich met elke willekeurige pastasaus (denk aan een klassieke tomatensaus) combineren.

Ingrediënten voor 4 tot 6 personen

  • 800 kg paarse aardappels
  • 300 gram bloem (plus wat extra bloem voor je werkblad)
  • 1 ei
  • zout
  • Garnering: eetbare bloemen

Voor de pikante olijfolie

  • Olijfolie
  • Knoflook (1 of 2 teentjes)
  • Spaanse peper
  • Verse salieblaadjes

Must-have voor gnocchi met welke saus dan ook

  • Geraspte Parmezaanse kaas

Bereiding

Kook de aardappels in ruim water met zout. Als je ze in de schil kookt, blijft de paarse kleur beter behouden. Vergeet in dit geval niet om de aardappels van tevoren goed af te spoelen. Verwijder de schil als de aardappels gaar zijn. Verkruimel de aardappels met een vork.

Doe 250 gram bloem op een werkondergrond. Maak er een kuiltje in en breek het ei erin. Doe dan de aardappelkruim erbij en kneed alle ingrediënten door elkaar. Blijft het deeg aan je handen plakken, voeg dan wat meer bloem toe, net zolang totdat je een stevige deegbal hebt en het deeg niet meer aan je handen plakt. Het moet vrij droog zijn.

Verdeel het deeg nu in vier gelijke delen en rol er lange strengen van. Leg de strengen naast elkaar en snijd ze in kleine blokjes. Rol de blokjes tot rondjes en leg ze op een droge ondergrond met bloem. De blokjes – gnocchi – mogen elkaar niet raken. Strooi er nog wat bloem over.

Breng nu ruim water met zout aan de kook en voeg de gnocchi aan het kokende water toe. In eerste instantie zakken de gnocchi naar de bodem, maar binnen enkele minuten zullen ze drijven. Zodra ze drijven, zijn ze gaar. Verwijder de drijvende gnocchi uit het wat met een vergietlepel.

Serveer de gnocchi onmiddellijk met een pastasaus. Dat kun van alles zijn. Een tomatensaus maar ook een eenvoudige saus zoals wij die maakten.

Voor die ‘saus’ verhit je olijfolie met 1 of 2 door de lengte gesneden knoflookteentjes, Spaanse peper en verse salviablaadjes. De olijfolie mag niet verbranden. Schep de gnocchi door de olijfolie en serveer ze met vers gemalen Parmezaanse kaas.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *